Baby's eerste jaar
In het eerste jaar ontwikkelt je baby zich razendsnel. Wat je baby zoal leert en kan het eerste jaar lees je hier in een uitgebreide samenvatting.
Vaardigheden om te overleven
Een baby ziet er schattig uit en trekt meteen de aandacht. Zijn meest efficiënte manier om contact te maken is huilen. Met verschillende huiltjes geeft hij aan wat er aan de hand is, zodat jij daarop kunt reageren. Voor de gezelligheid kraait hij als je tegen hem praat. Hij brabbelt als oefening voor het latere praten.
Zijn gezichtsvermogen is eerst nog beperkt, maar wel goed genoeg om naar jou te kunnen kijken als je hem voedt. Door kijken en reageren op aanrakingen, ontstaat contact. Vroeger werd gedacht dat een baby nog weinig benul had van zijn omgeving. Hij zou nog zo in zichzelf gekeerd zijn dat hij niet eens pijn kon voelen. Inmiddels is deze gedachte gelukkig achterhaald. Door baby's te observeren, is nu meer bekend over de lichaamstaal van een baby. Daaruit blijkt dat een baby veel opmerkt en veel reacties laat zien, waardoor ouders nog beter voor hun baby kunnen zorgen.
Zijn gezichtsvermogen is eerst nog beperkt, maar wel goed genoeg om naar jou te kunnen kijken als je hem voedt. Door kijken en reageren op aanrakingen, ontstaat contact. Vroeger werd gedacht dat een baby nog weinig benul had van zijn omgeving. Hij zou nog zo in zichzelf gekeerd zijn dat hij niet eens pijn kon voelen. Inmiddels is deze gedachte gelukkig achterhaald. Door baby's te observeren, is nu meer bekend over de lichaamstaal van een baby. Daaruit blijkt dat een baby veel opmerkt en veel reacties laat zien, waardoor ouders nog beter voor hun baby kunnen zorgen.
Groeien
Baby's groeien hard. Je baby wordt in het eerste jaar gemiddeld 25 centimeter langer dan hij was bij zijn geboorte. Jongetjes zijn na een jaar gemiddeld 76 centimeter en meisjes iets kleiner. Het gewicht neemt ook flink toe. Aan het eind van het eerste jaar wegen kinderen ongeveer tien kilo, terwijl ze met een gewicht van zo'n drie kilo zijn begonnen. Groei is een belangrijke maatstaf voor de conditie van je kind. Daarom wordt op het consultatiebureau ook zo goed bijgehouden hoe de groei van je baby verloopt. Niet elke baby is echter even groot of groeit even hard. Het is daarom prettig dat er verschillende groeilijnen bestaan. Pas als je baby ver buiten de lijnen en heel onregelmatig groeit, vraagt dat extra zorg.
Lichaamstaal
Als je goed op je kind let, zie je dat hij, zo klein als hij is, allerlei manieren heeft om jou te laten weten wat hij nodig heeft. Je baby kan nog niet praten, maar hij kan des te beter op andere manieren laten weten wat er in hem omgaat. Door te huilen, te bewegen, tevreden te kijken, intens rustig op je schoot te liggen of zich te overstrekken van spanning, vertelt je baby hoe hij zich voelt.
Overleven
In het eerste jaar staat overleven op nummer één. Alle basisvaardigheden zijn daar op gericht. Meteen na zijn geboorte gaapt je baby om wat extra zuurstof naar binnen te krijgen. Dat heeft hij nodig, omdat geboren worden ook voor je baby een zwaar karwei is. Daarna huilt hij als teken dat zijn longen goed werken en hij in staat is om adem te halen. Doet hij dat niet, dan laat hij daarmee weten dat hij hulp nodig heeft. Niet veel later heeft huilen precies de omgekeerde functie. Een pasgeboren baby vindt de moederborst op geur en komt al zuigend aan zijn voeding. Later in het jaar, als je baby toe is aan vastere voeding, krijgt hij zijn eerste tandjes.
Horen en zien
Je baby kan vanaf de eerste dag zien op een afstand van twintig centimeter. Dat is net genoeg om het gezicht van zijn moeder te kunnen zien als hij wordt gevoed. Te veel zien zou te onrustig zijn voor je baby. Later gaat het zien steeds beter, waardoor hij meer van zijn omgeving opmerkt. En daar leert hij van. Je baby staat in het begin vooral open voor zachte, hoge klanken, vooral in de stem van zijn moeder. Als papa ook een toontje hoger praat, wordt ook bij favoriet. Vanaf een maand of zeven reageert je baby al op zijn naam.
Gevoelens
Je baby zal gaan huilen als hij het te koud of te warm heeft. Dat komt goed uit, want hij is zelf nog niet goed in staat om zijn temperatuur te regelen. Je baby kan boos en gefrustreerd worden als hij iets wil dat hem nog niet lukt. Die frustratie is positief. Het zet hem namelijk aan tot ontwikkeling. Lachen is zijn manier om te laten weten dat het goed met hem gaat en dat hij dat gevoel graag met anderen wil delen. Eerst heeft een lach de vorm van een spiertrekking, die zich toevallig lijkt voor te doen. Later is de lach een reactie op contact. Daarna lacht je kind vooral bij het zien van een vertrouwd gezicht, om de herkenning aan te geven. Een baby kan in zijn eerste jaar nog nauwelijks verwend worden. Dus het idee dat een baby zijn ouders met opzet om zijn vingers windt, is echt nog niet van toepassing.
Voeding
Een baby laat van nature weten wanneer het tijd is voor de volgende voeding. In het begin is dat om de paar uur. Heeft je baby genoeg gedronken, dan wurmt hij de tepel of speen uit zijn mond en draait zijn hoofd weg. Is hij toe aan vaste voeding, dan gaat hij smakbewegingen maken.
Slapen
Slapen volgt in het begin het ritme van de voedingen. In de eerste maanden veel korte perioden van slaap, later korte slaapjes overdag en als hij 's nachts geen voeding meer nodig heeft, zal hij de nacht doorslapen.
Dat baby's dromen is bekend, maar wat ze dromen kunnen ze ons niet vertellen. Een baby heeft, net als volwassenen, perioden van diepe en minder diepe slaap. In de lichte slaap droomt bhij en kun je zijn ogen zien draaien onder zijn oogleden. Dromen helpen om indrukken te verwerken. Slapen is ook nodig om te groeien, want tijdens de slaap worden groeihormonen aangemaakt.
Dat baby's dromen is bekend, maar wat ze dromen kunnen ze ons niet vertellen. Een baby heeft, net als volwassenen, perioden van diepe en minder diepe slaap. In de lichte slaap droomt bhij en kun je zijn ogen zien draaien onder zijn oogleden. Dromen helpen om indrukken te verwerken. Slapen is ook nodig om te groeien, want tijdens de slaap worden groeihormonen aangemaakt.
Hechten
Je baby raakt steeds meer gehecht aan degenen die voor hem zorgen. Voelt hij zich veilig, dan is die hechting positief. Hij krijgt daardoor vertrouwen in het omgaan met anderen, waardoor hij zich ook later prettig zal voelen in het maken en hebben van contact. In het begin ervaart je baby zichzelf nog als een onderdeel van jou. Jij en hij zijn één. Dit verklaart ook de eenkennigheid en verlatingsangst die baby's krijgen tijdens een bepaalde fase van de ontwikkeling. Tegen het eind van zijn eerste jaar bereidt je baby zich al een beetje voor om zich wat losser van jou te maken. Die innerlijke ontwikkeling is mooi afgestemd op zijn toenemende lichamelijke mogelijkheden om op eigen kracht bij jou vandaan te kunnen komen door kruipen, rollen en lopen.
Het onzeker gevoel dat hij krijgt als je niet bij hem in de buurt bent, kan een beetje worden goedgemaakt door een knuffel waaraan hij gehecht is.
Het onzeker gevoel dat hij krijgt als je niet bij hem in de buurt bent, kan een beetje worden goedgemaakt door een knuffel waaraan hij gehecht is.
Spelen
Spelenderwijs leert je baby het leven om hem heen steeds beter te begrijpen. Sommige spelletjes zijn universeel. Als ouders gekke gezichten trekken, kiekeboe of hop paardje hop spelen, zachtjes kietelen of door de kamer dansen, worden alle baby's blij.
De motoriek
Bewegingen van een baby zijn in het begin grof. Geleidelijk aan leert hij steeds verfijndere bewegingen te maken.
Het is een hele verandering voor je baby om na het alleen maar liggen op een dag ook te kunnen zitten. Daardoor ziet de wereld er meteen heel anders voor hem uit. Betere motoriek geeft je kind steeds meer mogelijkheden om er iets bij te leren. Met een grote beweging van een arm kan hij een balletje wegslaan, maar door zijn vingers te gebruiken, kan hij een blokje in een blokkenstoof doen.
Kruipen brengt je kind naar plaatsen en ruimtes waar hij nog nooit geweest is. Kastdeurtjes die hij kan openen, maar hij kan ook bij snoeren, stopcontacten en een bakje met hondenbrokjes.
Bij bewegingen van je baby zijn vaak vaste patronen te zien. Met twaalf weken steekt je baby bijvoorbeeld twee handjes tegelijk uit, maar met zestien weken opeens één handje. Meestal eerste de linkerhand en na een tijdje opeens weer met rechts.
Het is een hele verandering voor je baby om na het alleen maar liggen op een dag ook te kunnen zitten. Daardoor ziet de wereld er meteen heel anders voor hem uit. Betere motoriek geeft je kind steeds meer mogelijkheden om er iets bij te leren. Met een grote beweging van een arm kan hij een balletje wegslaan, maar door zijn vingers te gebruiken, kan hij een blokje in een blokkenstoof doen.
Kruipen brengt je kind naar plaatsen en ruimtes waar hij nog nooit geweest is. Kastdeurtjes die hij kan openen, maar hij kan ook bij snoeren, stopcontacten en een bakje met hondenbrokjes.
Bij bewegingen van je baby zijn vaak vaste patronen te zien. Met twaalf weken steekt je baby bijvoorbeeld twee handjes tegelijk uit, maar met zestien weken opeens één handje. Meestal eerste de linkerhand en na een tijdje opeens weer met rechts.